De fictie van versnellende dynamiek


“De wereld verandert snel. Nederland kan niet achterblijven bij deze veranderingen. Wat gisteren hip of stoer was, is vandaag alweer passé. De snelheid waarmee wij onze inzichten verwerven en die vervolgens omzetten in nieuwe behoeften, plannen of acties neemt sterk toe. Het direct gevolg van deze in kracht en snelheid toenemende verandering is…”

Dit citaat zal u bekend voorkomen. Vrijwel geen visiedocument, beleidsnota of wervende brochure wordt geschreven zonder een dergelijke tekst. Omdat de wereld steeds sneller verandert moet er visie ontwikkeld worden of moet direct product X aangeschaft worden om alle dynamiek het hoofd te bieden.

Het lijkt daarmee een sleets cliche te zijn dat de wereld steeds sneller verandert. Maar het gekke is dat dit helemaal geen cliche is.

Het is namelijk helemaal niet waar!!!

Al enkele tientallen jaren verandert de wereld nauwelijks. Alle echt grote veranderingen zijn meer dan een eeuw oud. Na 1950 is al helemaal niets nieuws meer ontwikkeld. Dat de uiteindelijke uitwerking van deze veranderingen ons nu nog overvalt, doet niets af aan het feit dat de nieuwigheid zelf antiek is.

De wereld verandert tussen 1880 en 1920
Als u voldoende ver terugkijkt ziet u dat de grootste snelheid van verandering in de periode rond 1900 plaatsvond. Tussen ca. 1880 en 1920 was sprake van een ongeëvenaarde dynamiek.

Misschien gelooft u me niet op mijn woord. Enkele voorbeelden zullen u kunnen overtuigen. Stelt u zich Europa in 1880 voor: midden in de industriële revolutie, na de brede invoering van de stoommachine in industrie en vervoer en na de uitvinding van de telegraaf. Sinds 1860 is er een vaste telegrafieverbinding tussen Amerika en Europa. De wereld is daarmee klein geworden, nu nieuws binnen 10 minuten de wereld over reist.

Toch moeten de grote veranderingen dan nog komen. Ik noem de introductie van electriciteit voor huishoudelijk en industrieel gebruik (eerste electriciteitscentrale door Edison in 1882); de auto; het vliegtuig en de radio. Let wel: met de radio doet draadloze techniek zijn intrede! Productie aan de lopende band is van 1913 (T-Ford).

Opvallend is dat de dan ontwikkelde techniek onveranderd wordt ingezet tot heden. De auto bijvoorbeeld heeft nieuwe verpakkingen gekregen en in die verpakking zijn accessoires ondergebracht als airbags, abs, elektrisch verwarmde buitenspiegels e.d. De auto blijft technisch onveranderd. Nog steeds is de krachtbron de door Otto in 1867 ontwikkelde viertaktmotor.

In de natuurwetenschap vindt in dezelfde periode een ware omwenteling plaats door de formulering van de relativiteitstheorie, de quantummechanica en de ontdekking van radioactiviteit.

In de kunst wordt het realisme, al of niet in romantische vorm, verlaten voor impressionisme, expressionisme, kubisme, dadaisme en surrealisme. Het vitalisme is een duidelijke expressie van het gevoel van dynamiek en voortgang dat gepaard gaat aan de technologische vernieuwingen.

Nog ingrijpender is de maatschappelijke omwenteling die de Russische Revolutie in Rusland veroorzaakt. De dreiging van revolutie verandert de politiek in de westerse wereld. In de rest van Europa en Amerika krijgt met de invoering van algemeen kiesrecht en vrouwenkiesrecht ook daardoor de moderne democratie vorm.

Adempauze in de roaring twenties
Anders dan de naam vermoed, zijn de Roaring Twenties daarna een soort adempauze om bij te komen van deze technische, maatschappelijke en wetenschappelijke omwentelingen. De wetenschap probeert de eigen revolutie te begrijpen. Europa houdt de communistische revolutie beperkt tot Rusland en met het opkomend fascisme is sprake van een maatschappelijke terugval naar primitiever zeden.

Brede invoering van nieuwe techniek in de jaren vijftig
Pas vlak voor 1940 komt de tweede periode van dynamiek in beeld. De tweede wereldoorlog brengt opnieuw maatschappelijke dynamiek teweeg; opkomst en ondergang van het fascisme; de komst van het ijzeren gordijn en de koude oorlog.

Maar ook technisch zijn er noviteiten: de raket krijgt eindelijk gestalte (ideetje van Jules Verne d.d. 1903); de computer in moderne gedaante doet zijn intree. Amerika confronteert de wereld met de Atoombom en de macht van de mensheid om zichzelf te vernietigen. Het goede nieuws dat daar tegenover staat is de grootschalige introductie van antibiotica (ruim 10 jaar na de ontdekking van penicilline door Fleming in 1928).

In de jaren na de oorlog verandert er veel binnen de huishoudens door de introductie van tal van apparaten, die vaak in de eerder genoemde periode waren uitgevonden, maar nu door de ex-oorlogsindustrie grootschalig in productie genomen worden. Te noemen zijn de stofzuiger (al uitgevonden in 1907), koelkast (introductie in 1911) en wasmachine (eerste in 1904, doorbraak naar huishoudens door Electrolux in 1951), afwasmachine (al uitgevonden in 1893, in huishoudens vanaf eind jaren 50) en televisie. Alleen de laatste was technisch gezien redelijk nieuw (CRT-beeldbuis van 1927).

En na 1950 gebeurt er al helemaal weinig nieuws meer.

Stilstand en achteruitgang sinds de jaren 70.
In de afgelopen vijftig jaar kregen meer mensen meer en betere auto’s. Vliegtuigen vliegen sneller. De TV verschiet van kleur en krijgt meer kanalen. De 78 toerenplaat (van 1900) wordt 33 en 45 toeren en daarna CD. Computers worden sneller en kleiner. Radiotechnologie vindt zijn weg naar draadloze netwerken en mobiele telefonie. Raketten gaan hoger en brengen ons satellieten, die communicatie verder vergemakkelijken. Overigens is ook het idee voor satellietcommunicatie stokoud. Wetenschapper en science-fiction auteur Arthur C.Clarke bedacht dit in 1937, uitgewerkt tot aan de locaties en omloopbaan van de satellieten.

Op maatschappelijk vlak is er enig tumult aan het eind van de jaren zestig met onder meer de tweede emancipatiegolf (de eerste was natuurlijk rond 1905). De jaren zestig kenmerken zich door een roep om meer democratie, dat wil zeggen: een ietsje ruimere invulling van hetgeen tussen 1900 en 1920 bevochten was. De polarisatie van de jaren zeventig is zoetsappig in vergelijking met de botsingen aan het begin van de eeuw tussen communistische en anarchistische revolutionairen tegen liberalen en anti-revolutionairen. Nu zijn zelfs Den Uyl’s “kleine marges” verdampt, tezamen met elk maakbaarheidsidee. In vergelijking met de periode 1880 – 1920 stellen de zogenaamd woelige jaren zestig en zeventig dan ook weinig voor.

In de laatste drie decennia is sprake van een verdere rem op de dynamiek. Weinig is veranderd sinds het midden van de jaren zeventig. De dagen uit mijn jeugd zijn niet wezenlijk anders dan nu. U en ik leven in dezelfde huizen als onze ouders (alleen met een veel hogere hypotheek), rijden vergelijkbare auto’s (die even hard kunnen, maar nu vaker stilstaan), kijken naar eenzelfde televisie (meer kanalen, minder inhoud), werken in dezelfde kantoren en fabrieken, gaan naar dezelfde landen op vakantie (met meer drukte en minder plezier), eten hetzelfde, dragen dezelfde kleren (in steeds minder verrassende, want terugkerende modes), doen dezelfde sporten en stemmen op dezelfde politieke partijen (zij het minder overtuigd).

In het interieur van huis en kantoor is alleen de aanwezigheid van de PC een nieuwigheid. Maar aangezien we deze tot dusver gebruiken als typemachine (ook al in productie sinds 1873), als rekenblad, of als elektronische vervanger voor brievenpost, is hier ook (nog niet!) veel bijzonders aan de hand.

En waarom dan toch die collectieve hallucinatie van vermeende dynamiek?
Alle vermeende dynamiek van de laatste jaren is volgens mij te herleiden tot een onbehaaglijk gevoel over ons zelf. Wij hebben het onbehaaglijke gevoel de techniek niet meer bij te benen.

In de eerste bladzijden van zijn bestseller “The Dilbert Principle” schetst maatschappijcriticus Scott Adams een evolutietheorie die volgens mij haarfijn het ontstaan van dit gevoel beschrijft. Na een uitweiding over amoebes die uiteindelijk evolueren tot aapmensen die speren uitvinden, vervolgt hij:

“Suddenly (in evolutionary terms) some deviant went and built the printing press. It was a slippery slope after that. Two blinks later and we’re changing batteries in our laptop computers while streaking through the sky in shiny metal objects in which soft drinks and peanuts are served.
I blame sex and paper for most of our current problems. Here’s my logic: Only one person in a million is smart enough to invent a printing press. So when society consisted of only a few hundred apelike people living in caves, the odds of one of them being a genius were fairly low. But people kept having sex, and with every moron added to the population, the odds of a deviant smarty-pants slipping through the genetic net got higher and higher.( …)

Once we had a printing press, we were pretty much doomed. Because then, every time a new smart deviant came up with a good idea, it would get written down and shared. Every good idea could be built upon. Civilization exploded. Technology was born. The complexity of life increased geometrically. Everything got bigger and better… Except our brains.

All the technology that surrounds us (…) it’s all created by a tiny percentage of deviant smart people. The rest of us are treading water as fast as we can. (…) We’re a planet of nearly six billion ninnies living in a civilization that was designed by a few thousand amazingly smart deviants.”

Mogelijk dat de aanwezigheid van computer en internet dit gevoel nog versterken. Nu kunnen sommige dingen nog sneller. We kunnen sneller typen, sneller rekenen, sneller corresponderen, sneller archiveren, sneller opzoeken, sneller zaken doen, sneller van alles. Maar het kan sneller dan wij kunnen. En dat geeft het onbehaaglijke gevoel dat Scott Adams verwoordt.

Dit heeft helaas weinig te maken met een toenemende en versnellende dynamiek. We zijn apen die het net niet meer snappen. De echt grote veranderingen aan het begin van de twintigste eeuw konden we met enige moeite volgen. De brede introductie van enkele kleinigheden in het midden van die eeuw konden we goed aan. Maar de maat was daarmee blijkbaar vol. Ergens tussen Wordperfect 4.2 en Word 6.0 raakten we het spoor bijster.

De dynamiek is al lang geen woeste stroom meer, niet eens een traag kabbelend beekje. In de stilstaande poel is het restje dynamiek de druppel die de emmer doet overlopen.

Over Ron Zwart

Verandermanager Schrijver Uitgever Politicus Filosoof

Nog geen reacties ... Wees de eerste die een reactie plaatst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 366 other followers

%d bloggers like this: