Relaties, vriendengroepen, gezinnen, organisaties, samenlevingen en economieën zijn geen dingen. Je kan ze niet vastpakken. Toch bestaan ze. Mensen vormen tezamen gehelen, die ook als geheel beschreven kunnen worden. Zelfs het tijdelijk bestaan van groepjes tijdens feestjes of bijeenkomsten is een daadwerkelijk bestaan. Zelfs de verkeersstroom om een kruispunt vormt een geheel, een sociaal systeem.
Maar toch is dit behoorlijk problematisch. Want het geheel bestaat niet uit mensen van vlees en bloed, niet het fysieke ding “mens”. De gehelen worden gevormd door mensen als iets anders, als entiteiten in het (psycho)sociale domein. En dan is het interessant om te vragen hoe dat kan en wat er aan de hand is.
Het is opmerkelijk dat de vorming van sociale verbanden als zo vanzelfsprekend beschouwd wordt. Hierdoor wordt gemist welke mechanismen aan het werk zijn en daardoor worden er zoveel onzinnige managementboeken geschreven.
Ik hou me in dit artikel bezig met de vraag hoe mensen “samenklonteren” tot samenhangende gehelen, hoe deze gehelen worden begrensd, hoe zij er “van binnen” uitzien en hoe de communicatie in en tussen deze groepen plaatsvinden. En passant herdefinieer ik een paar vage containerbegrippen om zo ook wat scherpte in de taal aan te brengen.
Cultuur.
Taal, normen, waarden, omgangsvormen, mens- en wereldbeelden, e.d. zijn geen aangeboren kwaliteiten. Deze zaken die we tezamen cultuur kunnen noemen, zijn eigenschappen van een mens binnen een sociaal verband.
Een solitair opgroeiende mens kent geen taal, geen cultuur. Het feit dat geen mens alleen is, -als hij zou bestaan zou geen ander mens hem kennen- mag niet het zicht ontnemen op wat van de persoon is en wat van de groep. Er zijn enkele voorbeelden van buiten een sociaal verband opgegroeide mensen, zoals het zogenaamde wolfskind, dat in het begin van deze eeuw in Bengalen was gevonden. Deze voorbeelden tonen dat het handelen van een dergelijke “mens” niet verder gaat dan het vervullen van de noodzakelijkheden voor overleving.
Verschillende culturen.
Er zijn Fillipino’s die een nederlands huis niet kopen, omdat de slaapkamer boven de keuken ligt, terwijl het huis verder aan al hun eisen voldoet. Hiermee handelen zij op een manier die voor Nederlanders betekenisloos; niet te begrijpen, is. Tenzij wordt uitgelegd dat een slaapkamer boven de keuken echtelijke ruzies veroorzaakt, dan krijgt het voor Nederlanders de betekenis van “bijgeloof”. De gronden waarop iemand zijn handelen oriënteert, zijn niet voor iedereen hetzelfde. In verschillende sociale verbanden zijn specifieke oriëntatiegronden aan te geven die door deelnemers aan dat verband gehanteerd worden.
Hiermee is een eigenschap gevonden die deelnemers aan verschillende sociale verbanden van elkaar (onder)scheidt. In elk sociaal verband vigeren specifieke oriëntatiegronden; normen, waarden, ideologieën, mens- en wereldbeelden, waaraan deelnemers aan dat sociaal verband hun handelen -kunnen- oriënteren. Het geheel van de, voor deze deelnemers specifieke, oriëntatiegronden kan de cultuur van dat sociaal verband genoemd worden. De grenzen van deelname aan een sociaal verband worden bepaald door het al of niet delen van dezelfde oriëntatiegronden.
in bewerking. lees verder op http://ronzwart.com/1992/09/05/fragezeichen/


februari 6, 2011 

Heel sociaal volg ik jou op mijn blog.
Ik vind dat jij ook heel sociaal mijn blog op je roll mag zetten.
http://super-oldies.blogspot.com/
JeZus
Echt fascinerend! Bent u wellicht van plan nog meer van zulke artikels te maken? Ik hoop het! Ik ben ten minste onwijs verbluft. Ga absoluut zo door.
Bedankt voor de reactie. Zodra ik tijd heb ga ik proberen de resterende hoofdstukken te herschrijven en uit te werken. Ik zal daar bericht van geven!